|
R E C E N C I E S
Onder al mijn patiënten in de tweede levenshelft is er niet één wiens uiteindelijke probleem niet dat van de religieuze instelling is, en er is er niet één werkelijk genezen die niet zijn religieuze instelling hervindt – wat met confessie of lidmaatschap van een kerk natuurlijk niets te maken heeft. (C.G.Jung) Kees en Marijke Aaldijk vragen in hun recent verschenen boek Vensters op een transpersoonlijke werkelijkheid (2007) meer aan- dacht voor existentiële vragen en zingevingproblemen. Zij wijzen op het grote aantal jonge en oudere mensen die in een relatieve overvloed leven, maar een innerlijke leegte ervaren. Velen onder hen maken persoonlijke en werkgerelateerde problemen door. Ongeveer 300.000 menseninde WAO hadden in 2005 werkloos thuis van problemen op het werk. Psychische problemen vormen de belangrijkste afkeuringgrond voor werknemers. De meeste proble- men doen zich rond het veertigste jaar voor, zo blijkt uit de statistieken. Veel van deze ‘zieke cliënten’ ervaren een gevoel van wanhoop, waarvoor geen precieze oorzaak kan worden aangegeven. Een feit is dat in de relatie en/of op het werk de verhoudingen nogal eens zijn stukgelopen. Hoewel de lagere behoeften als fysieke behoeften, veiligheid, liefde, geborgenheid en waarde- ring zijn vervuld, dan blijkt toch de behoefte aan zelfverwerkelijking onvoldoende gerealiseerd te kunnen worden. In onze westerse samenlevingen sluimert een immense zingevingproble matiek. ‘Je hebt toch alles. Dan moet je toch gelukkig zijn!’, is een opmerking die veel mensen met burnout verschijnselen of overspannenheid te horen krijgen. De werkdruk is groot, de ambitie niet minder. De dodelijke mara thon waar veel mensen zich in bevinden, staat niet toe dat je onderweg op jouw tijd je rust neemt. Voortjakkeren is het devies. In de wedstrijd blijven. Je ambitie volgen, je ego bevestigen. Bewust en berekenend leven! Links en rechts moet je je concurrenten in het oog houden. Het ontduiken door deelnemers van controleposten en het ge bruiken van verdovende middelen is aan de orde van de dag. Resultaten worden erdoor beïnvloed. Van een eerlijke wedstrijd is dikwijls geen sprake. Controleurs tillen de regels, lopers omzeilen de controles, de medelopers gaan allen alleen maar voor zichzelf. Onderlinge solida- riteit bestaat in feite nauwelijks in deze wedstrijd. Ieder voor zich, en zelfs niet meer God voor ons allen. Iedereen weet dit. Zo ervaren vele cliënten het dagelijkse leven. Religie in de ruimste zin van het woord heeft aan maatschappelijke kracht verloren. Kees en Marijke Aaldijk pleiten in hun boek voor de transpersoonlijke therapie, omdat zij daarin een verrijkende aanvulling op de bestaande, veel toegepaste cognitieve gedragstherapie zien. De cognitieve gedragstherapie opereert naar hun inzicht te veel vanuit een oogpunt van werkhervatting en zorgefficiëntie. De cliënt loopt daarmee het risico, dat er onvoldoende aandacht is gegeven aan de noodzakelijke overeenstemming die er moet bestaan tussen de therapeut en de cliënt over het doel van de therapie, taken en verantwoordelijkheden gedurende het proces en het werken aan een goede band tussen therapeut en cliënt. Bovendien is de cognitieve therapie te veel gericht op de uiterlijke omstandigheden van de cliënt en kan zij over een korte periode worden toegepast. De cognitieve gedragstherapie is vooral gericht op het denken. Zij is een disciplinering van het denken en sluit daarmee heel goed aan bij het prepersoonlijke ontwikkelingsniveau die de ‘kinderlijke’ ontwikkelingsfasen omvatten, en de fasen van de rationele volwassen persoonlijk- heid die het eindpunt van de menselijke ontwikkeling zoals die op dit moment in de academische ontwikkelingspsychologie wordt gezien. Prepersoonlijke en rationele problemen laten zich het best behandelen met de cognitieve gedragstherapie. Problemen die verband houden met de mystieke werkelijkheidsbeleving, laten zich beter behandelen door middel van methodes die behoren tot het instrumentarium van de transpersoonlijke therapie. Dat komt omdat problemen die met de kindertijd te maken hebben veelal met emotionele ervaringen en niet in de eerste plaats met gedachten te maken hebben. In de transpersoonlijke therapie behoort de behandelaar de cliënt juist los te maken van zijn beklemmende overtuigingen, gedachtes en concepten waarmee hij de wereld beziet. Cognitieve therapie werkt juist met concepten. De communicatie over het transpersoonlijke gebied – zo lichten de schrijvers toe – is daarom erg moeilijk, omdat de taal en de symbolen ontbreken om ideeën over te dragen. Omdat transpersoonlijke werkelijkheidsbeleving van een andere dimensie is dan de werkelijkheidsbeleving van de rationele geest, is de ene ervaringswereld moeilijk in de andere te vertalen. De essentie van dit soort ervaringen kan daarom bij het verwoorden gemakkelijk verloren gaan, zoals de beleving van muziek ook niet verbaal is uit te drukken. Dat wil overigens niet zeggen, aldus de auteurs, dat bij transpersoonlijke ervaringen de rationaliteit verloren gaat. Het blijft mijns inziens een moeilijkheid om de innerlijke, niet verbale werkelijkheid rationeel in woorden te vangen. Hier ligt naar mijn mening een zwak moment in de redenering van de schrijvers. Op welk moment dreigt de transpersoonlijke therapie terug te vloeien in het vaarwater van de cognitieve gesprekstherapie? De rationaliteit gaat ook niet verloren, aldus de auteurs, bij het ‘ervaren’ van muziek. Muziek heeft mijns inziens een intrinsieke betekenis. Spreken over muziek is spreken in taal die naar zichzelf verwijst. Albert van der Schoot en Erik Heyermans hebben daarover in hun boek Welke taal spreekt de muziek? (2005) behartenswaardige uitspraken gedaan. Je zegt iets over een vorm van betekenis die in taal niet uitgedrukt kan worden. Het delen van ontroering die muziek bij ons oproept, is hoogstens het delen van een vorm van sympathie. Het scheert langs de randen van de rationaliteit, maar raakt volop onze emotionaliteit. In navolging van de bekende Amerikaanse godsdienstpsycholoog en filosoof William James (1842-1910) menen de auteurs dat transpersoonlijke ervaringen vol- strekt gezaghebbend zijn voor de personen die ze doormaken, dat er geen gezag van uitgaat voor buitenstaanders en dat zij het gezag afbreken van het uitsluitend rationele bewustzijn, gebaseerd alleen op het begrip en de zintuigen. Het transpersoonlijke gebied heeft een eigen werkelijkheidsbeleving die niet toegankelijk is voor cognitieve therapie en daarom gebruik moet maken van andere benaderingen, zoals geleide visualisaties, meditatieve technieken of energie werk. Ken Wilber geeft in zijn studie Transformations of consiousness (1986) een uitgebreid overzicht van de psychische problemen die zich in het transpersoonlijke gebied kunnen voordoen. De auteurs ruimen een flinke plaats in voor de denkexercities van Wilber. Hij verschaft hen belang- rijke delen van hun theoretisch kader. In Wilbers bovengenoemde studie zijn enkele bekende problemen de existentiële depressie, waarbij personen hun bestaan als betekenislos ervaren, de psychic inflation, waarbij transper soonlijke inzichten en energieën in verband worden gebracht met het eigen ego of de afgebroken zelfverwerkelijking waarbij perso nen in een situatie verkeren waarin ze onder hun capaciteiten functioneren en daar een gevoel van tekort schieten aan over- houden. Kortom, het transpersoolijke gebied is gericht op intuïtieve kwaliteiten die het denken overstijgen. Hierbij word- en vaste denkbeelden over de wereld losgelaten. Met op transcendentie gerichte techniek en, zoals visualisaties, kunnen belemmerende overtuigingen wor den opgelost en wordt het doorlopen van de transpersoon lijke ontwikkelingsfasen versneld. Voor een effectieve behandeling van psychische problemen is het belangrijk om een goed onderscheid te maken tussen de prepersoonlijke en de trans persoonlijke problematiek, omdat ze om een verschillende aanpak vragen. Van groot belang is een goede omgang met de ongewenste energieën te vinden. Gevoelens op een lager en hoger emotioneel niveau, stemmen van overledenen in het hoofd, overtuigingen en gedachten die ons achtervolgen, kunnen een ernstige inbreuk betekenen op ons sociaal-emotioneel functioneren. Deze negatieve entiteiten kunnen ons energieveld binnendringen. Ver- warring en angst kunnen het gevolg ervan zijn. Het kan zelfs leiden tot karaktervervorming. Als die negatieve entiteiten zich hechten in ons energieveld, dan kunnen ze het best worden bestreden met positieve emoties en visualisaties van licht van hoge frequentie. Verder zijn er binnen de cognitieve gedragstherapie een aantal nieuwe technieken tot ontwikkeling gekomen die ook binnen de transpersoonlijke therapie brede toepassing hebben gevonden, zoals de Mindfullness-meditatie als therapie, Cutting the ties that bind en Voice Dialogue. Deze methodieken komen in het laatste hoofdstuk met praktijk- voorbeelden aan bod. De methode Mindfullness-meditatie of aandachtsgerichte therapie is vooral een mentale activiteit. Ze wijkt sterk af van de reguliere cognitieve benadering. Met de mindfullness wordt ene zorgvuldige maar ongedwongen gewaarwording bedoeld. Het is een open en accepterend bewust zijn van alles wat zich op dit moment als geestelijke of lichamelijke ervaring aan je voordoet. Dit is een tegenwoordigheid van geest waarbij je volledig accepteert wat er zich in je bewustzijn aandient zonder dat je die innerlijke beelden wilt beoordelen of vervangen. Ze omvat concentratieoefeningen en het aandachtig registreren van je bewustzijn. Wanneer we de wereld of onszelf waarnemen, bekleden we die waarneming als het ware met onze overtuigingen, verwachtingen, vrees en hoop. We ervaren datgene wat we denken te zullen ervaren, en in feite zijn dat vooral onze eigen overtuigingen. Mindfullness-meditatie is erop gericht om deze opvattingen waar te nemen en los te laten zonder ze te vervangen door nieuwe. De methode Cutting the ties that bind heeft eveneens het uitgangspunt dat we ons verleden en onze oude overtuigingen moeten leren loslaten. Deze methode is ontwikkeld door de Jungiaanse psychotherapeute Phyllis Krystal. Haar uitgangspunt is dat ieder mens onverbrekelijk verbonden is met de goddelijke essentie. Maar we zijn ook met elkaar verbonden met ketens van onderlinge verwachtingen en afhankelijkheid. Door middel van visualisaties ligt het in haar bedoeling op een liefdevolle wijze onderlinge banden te verbreken, met behoud van de positieve kwaliteiten. Zoals we allen weten, moeten kinderen zich in de loop van hun puberteit losmaken van hun ouders. Dat kan een pijnlijk proces zijn, dat in het latere leven kan opspelen in hun relationele verbindingen. Er zijn vele cliënten die in de loop van hun leven last hebben van belemmerende banden: dochters van vaders en zonen van moeders en omgekeerd. Met deze benaderingen en onderscheidingen staan de auteurs een transpersoonlijke therapie voor die verder reikt dan de rationele logica en niet begrensd wordt door de beperkingen van het denken. Nogmaals, de therapie stoelt op mystieke ervaringen zoals die de eeuwen door zijn opgetekend in de spirituele ge- schriften. Hoe we de wereld ervaren, hangt ervan af op met welk niveau we ons identificeren. We zijn meer dan een biologisch en rationeel wezen, maar bovenal een spiritueel wezen. Om die bewustzijnlaag aan te spreken moeten we verder kijken dan onze ‘werkelijke’ neus lang is. In het geval van een psychische problematiek is dat uitermate wenselijk. Innerlijke leegte en gevoelens van zinloosheid vragen om een Weg nach Innen (Hermann Hesse). Op dat dieper liggende niveau raken we aan onze verbinding met het kosmische universum en naderen we het Al-ene. De kortstondige heelheidervaringen zijn genezend en stellen ons in staat ons levenspad verder te vervolgen, nadat we om uiteenlopende redenen in de berm van het leven zijn terechtgekomen. De trans persoonlijke therapie kan daartoe een bijdrage leveren. Ik heb het boek van Kees en Marijke Aaldijk met aandacht gelezen. Ze hebben gekozen voor een breed opgezette aanpak. De weg naar de praktijkvoorbeelden is mij eerlijk gezegd te lang. Het theoretische kader beslaat vier van de vijf hoofdstukken: het transpersoonlijke landschap, verschil lende benaderingen van de werkelijkheid en de persoonlijke worsteling. Ik zou liever een nadrukkelijker vervlechting van theorie en praktijk hebben willen zien in de opbouw van elk hoofdstuk. De gekozen opzet maakt het meer tot een studieboek dan een levensboek. De auteurs zijn goed in staat gebleken de theoretische kennis op een heldere en overzichtelijke wijze uit te zetten. Het is van meet af aan duidelijk dat zij de transpersoonlijke therapie om- armen. Ze hebben er relatief veel woorden voor nodig om de transpersoonlijke therapie in het therapielandschap te plaatsen. Dat geeft hier en daar ook nog wel eens doublures in de gedachtegang en formulering. De hoofdstukken zijn vermoedelijk onafhankelijk en met tussenpozen van elkaar ontstaan en later bijeengebracht. In theoretische zin maken de auteurs duidelijk onderscheid tussen de gangbare cognitieve benaderingen en de transpersoonlijke benadering. Maar de praktische methodieken die aan het eind van het boek worden geboden stammen alle oorspronkelijk uit de cognitieve therapiehoek. Ik krijg de indruk dat in de praktijk van alledag de transpersoonlijke aanpak daardoor weinig onderscheidend van de cognitieve aanpak is, dan enkel het onderscheidende dat de problematiek van de cliënt daarin bepalend zal zijn. De vraag rijst wel in hoeverre niet bijna alle problemen van cliënten zich genesteld hebben in de duistere diepten van hun innerlijke wereld, in de vorm van complexen in het persoonlijke onbewuste zoals Jung dat noemt. Schiet niet in te veel gevallen een korte cognitieve therapie te kort? De schrijvers geven ook duidelijk aan dat de meerderheid van de cliënten die een cognitieve gedragstherapie hebben ontvangen, daar weinig baat bij vinden. Het rendement ervan is teleurstellend. Het is meer in het belang van de werkgever en de zorgverzekeraar dan de cliënt. Het ziet er naar uit dat het wereldje van de psychotherapeuten al even zeer lijkt aangetast door haast, scoringsdrift, verraad aan de cliënt vanwege de druk die er van werkgevers en verzekeraars op hen - ongewild en onbedoeld (?) - lijkt te worden uitgeoefend. Ook daar lijkt de economie zijn wil op te leggen aan de geestelijke volksgezondheidszorg. Daarmee is de cirkel weer rond. Niet alleen de cliënt raakt geestelijk ziek van dit overambitieuze leefklimaat, maar de therapeut dreigt er ook het slachtoffer van te worden. Wie manipuleert nu wie? Waar ligt de macht in dit krachtenspel? Het boek van Kees en Marijke Aalders Vensters op een transpersoonlijke werkelijkheid bepleit een transpersoonlijke therapie, en daarmee aandacht voor de innerlijke wereld van de cliënt. Hun rationele benadering van het onderwerp laat wat te weinig zien van hun eigen gecontroleerde emotionaliteit met betrekking tot hun praktijkervaringen met de door hen voor- gestelde aanpak. De formule ringen zijn secuur, maar de passie ontbreekt mij te veel bij dit religieus verwante onderwerp. Het voelde als een rationeel boek over een onderwerp vol emotionaliteit. Ik ben niet geraakt, maar wel overtuigd. Toch maar lezen dat boek, niet voor de praktijk maar voor het theoretische overzicht! Drs. Johan Reijmerink |