Studiedag, 5 november 2005

Die Geschichte unserer Psyche - gespiegelt in der Musik
Lezing van Dr. Med. Jörg Rasche

Jörg Rasche geeft niet alleen een lezing, maar speelt bovendien op orgel en piano een aantal composities van Bach, Mozart en Schumann. Aldus brengt hij de in zijn lezing vervatte ideeën direct ten gehore.

De rode draad in Rasches lezing/uitvoering is het archetype van de moeder, volgens hem het dragende principe. Zo heeft muziek haar wortels in lichamelijke beweging, maar ook in de stem van de moeder. De klank van de cello kan bijvoorbeeld met de stem van de moeder worden geassocieerd.

Rasche behandelt eerst de archetypische betekenis van een aantal muzikale elementen. Een voorbeeld hiervan zijn de intervallen. De priem symboliseert heelheid en totaliteit, de secunde dualiteit en tegenstelling, het octaaf de relatie tussen God en de mens, het hemelse en het aardse.

Verder zegt de ontwikkeling van de meerstemmigheid iets over de collectieve psyche. Eerst is er eenstemmig gezang. Dit weerspiegelt de collectiviteit. Uit deze eenstemmigheid (vos principales) ontwikkelt zich een homofone tweestemmigheid (duplum), een begeleidende stem, een creatieve metgezel. Uit dit liefdevol samengaan wordt de driestemmigheid geboren. En later de vier- en nog meerstemmigheid. Uit deze ontwikkelingsgang blijkt dat er steeds meer waardering komt voor het individu. Met als hoogtepunt de democratie, die zijn weerklank vindt in de contrapuntische polyfone muziek, waarin elke stem zijn eigen zelfstandigheid heeft.

Bach
Rasche speelt als voorbeeld een fuga van Bach, hoogtepunt van de contrapuntische polyfonie. De beweging omhoog symboliseert de belofte dat de mens in de hemel zal komen. Deze beweging wordt gecombineerd met een contrapuntische beweging naar beneden die symboliseert dat God mens wordt. De twee bewegingen in combinatie met elkaar symboliseren het geloof dat de mens wordt verlost.

Pythagoras zag al in de afstand van de grondtoon tot de octaaf (de eerste boventoon) de relatie tussen de aarde (grondtoon) en de sterrenhemel (octaaf). In de afstand van de grondtoon tot de kwint (de vijfde toon van de toonladder) weerspiegelt zich een verbindend principe: de relatie tussen al het leven op aarde en de zon. Bij Bach krijgt dit een christelijke betekenis. Zo symboliseert het octaaf God, de kwint Christus.

In de (met name late) muziek van Bach vinden we zeer geregeld de christelijke idee van de goddelijke triniteit terug. Onder andere de driekwartsmaat symboliseert dit. Wat dat betreft wortelt Bachs muziek nog in de middeleeuwen. De natuur was voor hem nog geen openbaring.

In de renaissance kwam de natuur meer in het bewustzijn. De alchemisten ontdekten de natuur en wilden die in overeenstemming brengen met de theologie. Ze wilden de natuur ervaarbaar maken. Dit weerspiegelt zich in de Atalanta Fugiens (uitgegeven door Michael Maier) over het Grieks mythologische verhaal over Atalanta, Hippomenes en de drie appels.

Mozart
Op een gegeven moment ontstaat het idee dat er een innerlijk paar in de ziel is. Zonder dat idee is de muziek uit het classicisme niet te begrijpen. Dit innerlijk paar zien we muzikaal gestalte krijgen in de sonatevorm, zoals bij Mozart, met daarin de polariteit van twee thema’s. Het kan geen toeval zijn dat deze vorm zich heeft ontwikkeld in een tijd waarin de verhouding tussen het mannelijk en vrouwelijk geslacht principieel besproken werd en de vrouwelijk eigenheid zich in toenemende mate emancipeerde. Ter illustratie speelt Rasche sonate 33 Mozart, waarin sprake is van twee thema’s: Christus en de moeder. Deze thema’s komen in de sonate samen.

Schumann
In de romantiek komen intermenselijke relaties nog meer in het menselijk bewustzijn. Er komt een Sehnsucht naar het Zelf en naar de Ander.
     Rasche speelt als voorbeeld fragmenten uit de Kinderszenen van Schumann. In deze compositie gaat het om de levensweg, de individuatie van een muzikaal idee. Het thema van de Kinderszenen is de groei van de identiteit van het kind door middel van de relatie met de ouder. De Kinderszenen schilderen ‘psychologisch’ de prille wisselwerking tussen de moeder en het kind (en de vader). Het kind ervaart zijn gevoelens, en die gevoelens zijn in harmonie met de reactie van de moeder. Ze hebben ook te maken met de uiterlijke werkelijkheid. Zo ontstaat gelijktijdig een uiterlijke en een innerlijke realiteit. De interactie tussen de moeder en het kind weerspiegelt zich in de beweging van het hoofdmotief. Deze weerspiegelt bijvoorbeeld de beweging van over het hoofd aaien, of het in- en uitademen. In een andere melodie droomt de moeder samen met het kind. Soms is de vader afwezig, maar soms ook aanwezig in de middenstem.
     Aan het slot van de Kinderszenen wordt een symbiose van de moeder en het kind bereikt.

Een verslag als dit kan geen recht doen aan de rijkdom en diepgang van Rasches ideeën. Slechts wie erbij is geweest, kan de unieke combinatie van zijn visie en de door hem gespeelde muziek ten volle hebben ervaren. Verder verwijzen we naar Rasches boek:
Das Lied des Grünen Löwen: Musik als Spiegel der Seele (met CD). Zürich & Stuttgart: Walter Verlag.

Wim de Vrij en Arend Jan Bolhuis